Samenwerking met regionale huisartsen en zorggroepen

In het kort een overzicht van de CAZO samenwerking met de regionale huisartsen zorggroepen.

Samenwerking ELAN/RHV met CAZO

De samenwerking van CAZO met ELAN is opgeschoven naar samenwerking met RHV Helmond waarin alle huisartsen zijn verenigd rondom Elkerliek ziekenhuis. Met hen hebben we gezamenlijke belangen vastgesteld en overleggen we om te komen tot betere afspraken:

  • Procedures rondom ICT, met name het baxter proces en herhaalservice
  • Implementatie OZO verbindzorg
  • Bereikbaarheid van huisartsen/apotheken/apothekers beter maken door afspraken over mail, fax en mobiele nummers van zowel huisartsen als apothekers
  • Implementatie Therapietrouw projecten rondom transmurale richtlijn Osteoporose/hypothyreoidie met ontwikkeling van bijbehorende data search is opgeschort vanwege data verwerkings problemen.

Samenwerking DOH/SGE – CAZO

  • In februari is het BOMM project afgesloten met een evaluatie bijeenkomst van de deelnemende partijen Philips, DOH, CAZO, CZ en VGZ. U kunt hierover verderop in deze nieuwsbrief lezen.
  • Continuering van het medicatie review project, met kritische evaluatie van huidige opzet.
  • DOH en SGE werken samen in IT onderzoek en zijn gekomen tot een uniform HIS. Net als SGE heeft t DOH gekozen voor het PharmaPartners platform. Het CAZO bestuur heeft benadrukt dat de koppelings structuur tussen Medicom en andere AIS-en een groot aandachtspunt is.
  • Vanaf 01-10-2018 zet de DOH apotheker voorschriften voor Lantus van DOH-artsen om naar Abasaglar voor patiënten die zijn verzekerd bij VGZ. Vanaf januari 2019 is Abasaglar preferent geworden.
  • Opzetten van FTO ondersteuning en formulariumbeleid in gezamenlijkheid met SGE en POZOB.

 

Samenwerking POZOB – CAZO

  • In het project Perfect Samen wordt nu gewerkt aan een vervolg op het 1e bezoek aan alle FTO groepen. Ad de Boer en Marjo Toemen hebben het Perfect Samen project in de KNMP stipco nascholing en op de kwaliteitsdag van service apotheek succesvol gepresenteerd. Het project is genomineerd voor de KNMP innovatieprijs. U kunt hierover verderop in deze nieuwsbrief lezen.
  • Gezamenlijk overleg CAZO/POZOB met VGZ met als inzet te komen tot een gezamenlijk structureel (besparings)beleid rondom farmacie i.p.v. “hap/snap” projecten zoals crestor en lantus substitutie.
  • Gezamenlijk overleg CAZO/POZOB met CZ met als inzet te komen tot een gezamenlijk structureel (besparings)beleid rondom farmacie.
  • CAZO benadert alle CAZO deelnemer apotheken voor aanmelding bij de SFK CAZO groep met als doel gezamenlijke data analyse. Er is een werkgroep gevormd om samen met SFK te zoeken naar een passende opstart en toepassing.
  • CAZO participeert samen met POZOB, SGE en DOH in het overleg met de longartsen van het Elkerliek en MMC voor het opzetten van een regionaal long formularium in 2019. Er heeft inmiddels een feedback bijeenkomst Astma/COPD in Helmond plaatsgevonden met POH’s, huisartsen en apothekers.
  • Vanaf 01-01-2019 ondersteunt CAZO de omzettingen van Lantus naar Abasaglar van POZOB-artsen om voor patiënten die zijn verzekerd bij VGZ/CZ
  • Samen met POZOB maken we een voorzet voor een regionale visie toegespitst op alle zorggroepen. In Farma magazine hebben CAZO en POZOB hun visie toegelicht.

 

Inventarisatie medicatie reviews uitgevoerd in 2018 door DOH huisartsen en apothekers

Aantal per huisartsenpraktijk in 2018

Naam huisartsenpraktijk

# verwezen pt*

# uitgevoerd door apo

% van verwijzingen

Clematis Gezondheidscentra 123 29 24%
GC Achtse Barrier 77 88 114%
HA Coevering 137 82 60%
HA Engelsbergen 83 27 33%
HA Kastelenplein 161 51 32%
HAC De Pastorie 98 54 55%
HAC Mierlo 103 18 17%
HAC Parklaan 88 49 56%
HAP De Kleine Dommel 198 104 53%
HAP De Plataan 114 95 83%
HAP Gruijters & Stalpers 93 67 72%
HAP Het Atrium 109 82 75%
HAP Het Wijkgebouw 154 83 54%
HAP Kloosterstraat 97 62 64%
HAP Snoeren-Westein 16 0 0%
HAP Otterdijk 63 17 27%
MC Artois 53 31 58%
MC De Linden 291 173 59%
SWV Hoog Bergen 13 11 85%

TOTAAL

2071

1123

54%

*gebaseerd op patiëntenlijsten/3 (N.B.: nieuwe patiënten bv. kwetsbare ouderen zitten hier dus niet bij).
   Onbekend is of de huisartsenpraktijk deze patiënten daadwerkelijk allemaal verwezen heeft.

 

Evaluatie BOMM project (begeleiding op maat rondom medicatie)

In februari hebben we het BOMM project afgerond waar de meeste DOH apotheken aan hebben deelgenomen. Hieronder een samenvatting van de resultaten/evaluatie

Doel en opzet:

  • Het doel van de BOMM studie was het testen van de effectiviteit van het toepassen van de ‘medication adherence tool’ op de therapietrouw bij patiënten die starten met CVRM medicatie of orale DM medicatie.
  • Het was een zogeheten Cluster randomized controlled trial met patiënten van huisartsen van DOH waarbij aangesloten apotheken at random verdeeld zijn over controle- en interventiegroep. De patiëntinclusie vond plaats in de apotheek.
  • Als primaire uitkomstmaat is gezocht naar het verschil in therapietrouw tussen controle- en interventiegroep na 8 maanden follow up, waarbij wordt gesproken van therapietrouw als meer dan 80% van de gebruiksperiode is afgedekt met medicatieafleveringen.

Uitkomsten patiënten interviews

  • Informatie over het onderzoek was in het algemeen duidelijk; een enkele patiënt dacht dat het om onderzoek met een nieuw medicijn ging.
  • Werkwijze met email en link naar vragenlijst: positief gewaardeerd. Sommigen misten ruimte voor toelichting; enkele mensen vonden tijd tussen start medicatie en vragenlijst wat kort.
  • Informatie in 2de uitgiftegesprek (11 – 12 / 20): profiel werd meestal goed begrepen inclusief de bespreking; sommigen wilden wel een follow-up bespreking.
  • Apotheker werd geschikt geacht voor bespreken therapietrouw, enkeling zou het liever met huisarts bespreken. Vooral veel nut ervaren van praktische oplossingen.
  • Ondersteunende materialen: 1x bloeddrukmeter, 1x Baxter
  • Samenwerking apotheek – huisarts: geen

 

Effect van de interventie:

  • er is geen aantoonbaar verschil tussen patiënten die wel/niet via een interventie apotheek mee deden
  • er is geen aantoonbaar verschil tussen patiënten die wel/niet een interventie hebben gehad.

Uitkomsten apothekersinterviews

  • Houding t.o.v. de service en intentie om deze te gebruiken is over het algemeen positief.
  • Houding lijkt beïnvloedt te worden door de motivatie van de hoofd apotheker.
  • De BOMM service wordt als zinvol ervaren
  • De BOMM service zorgt voor meer aandacht voor en bewustzijn van therapietrouw.
  • De BOMM service zorgt voor een goed contact met de patient, het maakt de juiste thema’s bespreekbaar
  • De BOMM service zorgt zo voor een betere kwaliteit van zorg en een beter image van Apothekers voelen soms dat ze teveel op de stoel van de POH gaan zitten wanneer ze barrières bespreken
  • Apothekers denken dat de vragenlijst mogelijk niet altijd goed te begrijpen is voor alle patiënten (dit zien we niet terug in de patiënte interviews)
  • Sommige apothekers voelen dat ze vaardigheden en ervaring missen om het rekrutering- en interventiegesprek goed te voeren
  • Apothekers hebben het gevoel dat ze te weinig tijd hebben om dit er nog ‘bij’ te doen. En voelen dat ze andere teamleden opzadelen met hun werk als ze dit wel doen.
  • Het werd als onprettig ervaren dat het BOMM systeem (nog) niet geïntegreerd was met het apothekerssysteem (technologie)de apotheek.

Doelen van iedereen aan tafel m.b.t. therapietrouw-interventies en discussie, geknipt uit de notulen van de evaluatie bijeenkomst:

DOH

Therapie-ontrouw is groot probleem in bereiken gezondheidswinst. Daarnaast is er druk op 1e lijn om patiënten uit 2e lijn terug te halen. Huisarts is veel grotere organisatie geworden met meer druk. Apotheek kan als zorgverlener een belangrijke rol spelen bij verkleinen therapie-ontrouw.

Het BOMM-project was bij de apotheek belegd. Voor de apotheek was het lastig dat het niet geïntegreerd was in het apotheeksysteem, maar dat gebruik gemaakt moest worden van een losse tablet. De huisarts/POH waren er nauwelijks bij betrokken. Dit moet in het vervolg een gezamenlijke verantwoordelijkheid worden, waarbij huisartsenpraktijk en apotheek niet dezelfde dingen moeten doen, maar aanvullend op elkaar moeten zijn. Care2U moet daarbij helpend zijn voor de huisartsenpraktijk: met een druk op de knop en in een oogopslag moet het profiel van de patiënt zichtbaar zijn en wat de apotheker heeft gedaan (hier wordt een zorg geuit omdat is gebleken dat Care2U niet altijd genoeg capaciteit heeft om dit soort verzoeken op korte termijn op te pakken). Het zou ook aan bod kunnen komen in een FTO.

De medicatiereviews laten zien dat de resultaten beter worden als er onderling goede communicatie en afstemming is.

DOH twijfelt er aan of de patiënt daadwerkelijk zo therapietrouw is als uit dit project naar voren kwam. De therapietrouw lag op 70%, maar DOH vermoedt dat het eigenlijk meer op 50% ligt. Het heeft te maken met de wijze van meten: het aantal afgehaalde recepten. Daarmee weet je nog niet of de patiënt daadwerkelijk de medicatie inneemt. Daarnaast moesten ook patiënten uit de controle-apotheek de vragenlijst invullen. Deze vorm van aandacht kan geleid hebben tot een hogere therapietrouw bij de controlegroep.

Het apotheeksysteem geeft overigens een melding als een patiënt relatief laat zijn herhaalrecept komt halen.

Verzekeraars CZ en VGZ

CZ

De cijfers laten geen effect zien en de therapietrouw is al hoog. Er zijn daarom geen aanknopingspunten om op dezelfde manier door te gaan.

Medicatiereviews leiden tot een groter gezondheidseffect dan dit stukje therapietrouw. De huisartsen lopen al over, dus is het de vraag of dit een dossier is dat je verder op moet pakken.

Kunnen we aantonen dat de therapietrouw van 70% niet klopt? CZ beschikt over therapietrouwcijfers.

Warme aandacht leidt wellicht tot effect, dus hoe kunnen we dat inzetten.

Meer inbedden in kwaliteitscyclus zorggroep en hele praktische zaken regelen zoals vragenlijst bij uitgifte en vereenvoudiging in Care2U.

VGZ

Als aandacht al leidt tot resultaat, moet je wellicht werken met reminders via de smartphone: eenvoudig en minder arbeidsintensief.

De verbetering zit in de zachtere componenten. Hebben wij daar als VGZ een rol in?

Belangrijk om de interventie in te zetten voor mensen die daadwerkelijk therapieontrouw zijn, niet zomaar voor iedereen, dat is niet nodig.

CaZo

CaZo ziet voldoende aanknopingspunten waar het beter kan en zou daarom graag hiermee verder willen gaan. Maar dan zijn er aanpassingen nodig. Het is een grote kans voor onze beroepsgroep om de rol te spelen die we willen spelen. Farmacie is een belangrijk onderwerp in de ketenzorg.

Het project heeft zich gericht op afhaalbericht. We weten niet wat de patiënt daadwerkelijk doet met zijn pillen. Patiënten die “ja” zeggen, maar nee doen. De uitdaging om samen met de huisarts te kijken naar ieders rol.

De apotheek wordt betaald per doosje en niet voor de tijd die hij besteedt aan de patiënt. De apothekers hebben een volume gedreven systeem. Dat zou moeten veranderen.

Dit zou 3e poot kunnen zijn in samenwerking tussen huisarts en apotheker: MR, FTO en BOMM.

Radboud

Je kunt niet zeggen dat het niet effectief is. Er is geen bewijs voor het ontbreken van effect.

Radboud is gaarne bereid om verder onderzoek te begeleiden.

 

Philips

Los van wat we hebben geleerd wat de goede maten zijn, hebben we nu het vertrouwen dat we therapietrouw in profiel kunnen vangen.

Er is nog veel winst te behalen in hoe we interventie hebben ingezet.

Of en hoe samen verder?

Zorgverzekeraars

Hebben we de juiste interventie gekozen?

Bijvoorbeeld elke 5 dagen via appje berichtje naar patiënt: heb je je medicijnen ingenomen? Het wordt automatisch verstuurd, geen werk voor de arts. Signaaltje als patiënt niet therapietrouw is. Tool multidisciplinair inzetten. Therapieontrouw leidt ook tot veel werk voor de huisarts. Door de zelfzorg heb je dubbele winst.

Heel concreet kijken of zo’n interventie werkt.

CZ en VGZ kennen geen andere onderzoeken op dit terrein.

CZ twijfelt niet aan barrières, maar twijfelt aan de wijze van inzet. Een slim algoritme en een slimme app en een betere indicator voor uitgifte: Dat betekent nieuw onderzoek.

DOH/CaZo

Tool goed benutten, zodat deze multidisciplinair wordt.

In studie-opzet uitzoeken: wat is een goede controlegroep. Vragenlijst is namelijk al een interventie. Therapietrouw gaat niet om 8 maanden, maar bij chronische patiënten om jarenlang gebruik en dat is niet handig voor studie-opzet.

Met welke patiënten begin je? Alle starters?

Ook moet een vragenlijst niet direct uitgezet worden, maar pas na bijvoorbeeld een maand, omdat de patiënt net voor het 1e uitgiftemoment te horen heeft gekregen dat hij levenslang geneesmiddelen moet gebruiken. Dat is geen handig moment voor een vragenlijst.

De POH/huisarts moet de patiënt al vertellen over de vragenlijst en stuurt de vragenlijst naar de patiënt. Dan bereik je meer patiënten, omdat er ook nieuwe patiënten zijn die hun medicatie helemaal niet gaan ophalen bij de apotheek en dus nu gemist zijn in het onderzoek.

De huisartsenpraktijk geeft de boodschap: “We gaan u het 1e jaar helpen bij het innemen van uw medicijnen.” Ook de apotheek brengt deze boodschap aan de patiënt. Koppel het bij de apotheek aan het refillmoment. Overal dezelfde boodschap helpt.

Patiënten schrijven zich in en de huisartsenpraktijk helpt direct bij het installeren van de app.

Een app kun je combineren met andere technologieën/methoden voor bv. kwetsbare ouderen, mensen zonder smartphone of mensen die niet goed kunnen lezen en schrijven.

Ook Baxters zijn niet altijd de oplossing: bij patiënten vindt een huisarts soms op de gekste plekken zakjes of patiënt gebruikt onterecht te veel.

Philips/Radboud

Stoppers zitten met name aan de voorkant. Dus als patiënten de eerste periode therapietrouw zijn, dan blijven ze dat.

Studie-opzet in verbeterde opzet om therapietrouw aantoonbaar te maken. Is het nodig om voorspellers in te zetten?

Afspraak:

DOH/CaZo maken samen een plan inclusief technologie. Philips wil meedenken in het vervolgtraject en de ICT-mogelijkheden, mits zij daartoe een verzoek ontvangen.

Ook opnemen in het plan wat de redenen zijn waarom er in het 1e project geen effecten waren en wat we nu anders gaan doen. Ook de uitkomstmaten opnemen. Verder in plan opnemen wat we van de zorgverzekeraars verwachten en dat we de juiste KPI’s van de zorgverzekeraar ontvangen.

Als de zorgverzekeraar meedenkt heeft het bij Philips meer kans van slagen.

Het plan wordt voorgelegd aan de zorgverzekeraar als dit voor 60% gereed is.